Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) mogen naast het opsporen van strafbare feiten deze straks ook voorkomen en beëindigen door mensen uit elkaar te halen of weg te sturen. Hierdoor kunnen zij ook optreden wanneer er niet direct een boete of proces-verbaal moet worden opgemaakt.
In het boa-bestel zijn de bevoegdheden van boa’s geclusterd in zes verschillende domeinen. Een aantal van deze domeinen worden samengevoegd, zodat een boa tegen meer strafbare feiten kan optreden.
De standaarduitrusting van boa’s gaat bestaan uit een portofoon en handboeien. Zo kan gecommuniceerd worden met collega’s en de politie als die de taak over moet nemen. Een eventuele aanvullende uitrusting wordt mogelijk gemaakt en kan bestaan uit een bodycam, steek- of kogelwerend vest.
Als het noodzakelijk is kan een boa onder voorwaarden uitgerust worden met een korte wapenstok en pepperspray. Deze aanvullende uitrusting is ervoor om de boa te beschermen tegen gevaarlijke situaties. Het uitgangspunt blijft dat de boa zich in dergelijke situaties terugtrekt en zich niet actief mengt in gevaarlijk situaties.
De politie beschikt in dit soort situaties over doorzettingsmacht en ‑middelen. Het vuurwapen behoort niet tot de algemene aanvullende uitrusting. Alleen een groene boa kan onder strikte voorwaarden uitgerust zijn met een vuurwapen. Bijvoorbeeld in het geval dat de politie op een te grote afstand van zijn werkveld is.
