Eis tot 30 maanden cel tegen nepagenten in Noord-Nederland

De officier van justitie eiste vrijdag in de rechtbank in Leeuwarden tot 30 maanden cel tegen twee verdachten die zich wat het OM betreft schuldig hebben gemaakt aan fraude door zich voor te doen als agent. Zij reden daarvoor het hele land door. Van Heerenveen tot Roermond, van Nunspeet tot Rotterdam en van IJsselmuiden tot Bergen op Zoom.

De slachtoffers zijn vaak hoog bejaarde mensen die goedgelovig zijn en vertrouwen hebben in het ambt van de politie. De politie ontvangt dagelijks gemiddeld 34 meldingen van slachtoffers die te maken hebben gehad met nepagenten. In 2025 waren dit er meer dan twaalfduizend. En dit is volgens het OM een fractie van de daadwerkelijke cijfers. De twee verdachten, een 19-jarige man uit Den Haag en een 25-jarige man uit Delft, worden verdacht van het georganiseerd maandenlang oplichten en bestelen van slachtoffers.

In de periode van 4 maart tot en met 22 juli 2025 zijn er door het hele land aangiftes gedaan van fraude door nepagenten. In totaal staan er twintig aangiftes op de tenlastelegging met een benadelingsbedrag van minstens 40.000 euro. Deze aangiftes konden gekoppeld worden aan de twee verdachten doordat de adressen waar deze fraudes zijn gepleegd terug kwamen in de telefoons van de beide mannen. Ook kwam het signalement dat van de ophaler gegeven werd veelvuldig overeen met de 19-jarige verdachte uit Den Haag of is hij op camerabeelden uit de buurt, dan wel bij de pinautomaat herkend.

Bij het bepalen van de strafeis houdt de officier rekening met de ernst van de feiten, de proceshouding van verdachten, hun leeftijd, het advies van de reclassering en de persoonlijke omstandigheden van de beide mannen. Dit resulteert voor de 25-jarige man uit Delft in een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden waarvan tien voorwaardelijk maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden als door de reclassering geadviseerd.

Tegen de 19-jarige man uit Den Haag eist de officier op advies van de reclassering een jeugddetentie voor de duur van 360 dagen, waarvan 317 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Ook eiste de officier van justitie een werkstraf van 200 uur. Gezien zijn leeftijd komt hij in aanmerking voor het jeugdstrafrecht, maar de officier meent dat alleen recht gedaan kan worden aan de zaak en uitlegbaar is om aan de bovenkant van het jeugdstrafrecht te zitten met de strafeis.

De rechtbank doet op 30 januari uitspraak.