Extra toelage voor DJI-medewerker die verhoogd risico loopt en zware beschermingsmiddelen moet dragen

De rechtbank Rotterdam oordeelt dat een medewerker van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) recht heeft op een toelage voor bezwarende omstandigheden. Tijdens zijn werk moet de man geregeld een mitrailleur en een zwaar vest dragen. Daarnaast loopt hij verhoogd risico op invaliditeit of overlijden.

De medewerker is transportbegeleider bij de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid (LBB). Zijn werk bestaat uit het vervoer van onder meer tbs-patiënten, arrestanten en gedetineerden. Ook wordt hij ingezet bij calamiteiten en zoekacties in justitiële inrichtingen. Daarnaast beveiligt hij zowel het voorterrein als de omtrek van de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) van de Penitentiaire Inrichting Vught.

Afhankelijk van de operationele inzet dragen LBB’ers beschermingsmiddelen en wapens, zoals een kogel- en steekwerend veiligheidsvest, handwapens, een wapenstok en soms een mitrailleur. Hoe gevaarlijker het werk, hoe zwaarder het vest.

Vanaf juni 2020 hebben leden van de LBB aan hun management laten weten dat zij recht hebben op de toelage bezwarende omstandigheden. Dat is een extra maandelijkse uitkering voor het werken in bijvoorbeeld een erg stinkende of zeer lawaaiige omgeving, het verplicht dragen van beschermingsmiddelen die het werk belemmeren of het lopen van een verhoogd risico op overlijden of invaliditeit.

In antwoord op een brief van eiser en 94 collega’s liet de werkgever in mei 2024 weten dat de medewerkers niet in aanmerking zouden komen voor deze toelage. De medewerker startte daarna een zaak tegen zijn werkgever, het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Kogelwerend vest

Tussen partijen is discussie over de frequentie waarmee eiser zijn werk onder bezwarende omstandigheden moet doen. Werkgever spreekt niet tegen dat eiser gemiddeld vijf tot zes diensten per maand heeft bij de PI Vught. Werkgever weerspreekt ook niet dat eiser zijn werk dan moet doen met een bivakmuts op, een 20 kilo zwaar kogelwerend vest aan en bewapend is met een semiautomatisch machinepistool.

Werkgever wijst op haar beurt naar dat deel van de cao waarin staat dat werkgever jaarlijks afspreekt met de vakbonden bij welke functies sprake is van bezwarende omstandigheden en de functies die op een functielijst worden opgenomen. Werkgever is van mening dat nu de functie van eiser niet op de functielijst staat, eiser niet voor de toelage in aanmerking komt.

Uit de stellingen van partijen over en weer is duidelijk dat werkgever en werknemer het er op zich over eens zijn dat werknemer als medewerker LBB gedurende tenminste een deel van de tijd zijn werk moet doen onder twee bezwarende omstandigheden. Hij moet zijn werk doen met beschermende kleding en middelen gebruiken die hem in zijn werk belemmeren. Daarnaast loopt hij vanwege zijn werk of werkomstandigheden een verhoogd risico op invaliditeit of dood.

De werkgever weerspreekt onvoldoende dat eiser zijn werk meer dan incidenteel onder bezwarende omstandigheden moet uitvoeren. Hetzelfde geldt voor tenminste een deel van de collega’s van werknemer bij de LBB. In deze situatie heeft werknemer op grond van de cao recht op een toelage.

De kantonrechter veroordeelt werkgever om de functie van medewerker LBB, met het takenpakket van eiser binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen binnen vier maanden op de functielijst te zetten. De werknemer heeft recht op een vergoeding voor bezwarende werkomstandigheden. Afhankelijk van het aantal bezwarende omstandigheden en de frequentie ervan varieert deze van 43,41 euro tot en met 130,22 euro als extra maandelijkse toelage.